Geesje Prins

Programmeur Geesje Prins in gesprek met Dans Magazine

juni 2026, interview uit het reeds verschenen Dans Magazine, tekst: Jacq Algra

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat het Haagse Podium voor dans en muziek Amare haar deuren opende. De dansprogrammering is voor een groot deel in handen van Geesje Prins, die bekende namen uit het verleden selecteert maar ook hedendaagse choreografen. Voor honderd danslustigen is er deze maand bovendien een kans om zelf in een voorstelling op te treden. ‘Kijken naar dans en zelf dansen staan hier zo veel mogelijk naast elkaar.’

'Wij willen vooral de veelzijdigheid van dans laten zien', zegt Geesje Prins, hoofd programma. ‘Daar is de voorstelling À nos combats van Salia Sanou een mooi voorbeeld van. Het is een cross- over tussen Afrikaanse en West-Europese dans met bewegingen uit de bokssport.’ Sanou presenteert een feminien antwoord op de legendarische bokswedstrijd tussen Muhammad Ali en George Foreman uit 1974, die destijds werd aangekondigd als ‘The Rumble in the Jungle’. Op het podium zien we vier dansers – twee die ‘boksen’ en twee die hen coachen – samen met een master of ceremony die live verslag doet van de wedstrijd en een percussionist. Prins zag de voorstelling van Sanou – die geboren is in Burkina Faso, in Frankrijk woont en bij toonaangevende makers als Germaine Acogny en Mathilde Monnier danste – in een Parijs’ theater. Zijn keuze voor twee vrouwelijke boksers en de inbreng van de drummer spraken haar meteen aan. Bovendien biedt À nos combats een buitenkans voor honderd toeschouwers: zij kunnen meerepeteren om de rol van uitzinnige supporter in het publiek op zich te nemen. ‘Deze choreografie is ook een mooie aanleiding om een workshopte organiseren onder leiding van een lokale boksschool en een expositie te laten zien over vrouwelijke boksers. Door de voorstelling krijg je zelf ook veel zin om te dansen, dus na afloop is er een feestje waar hopelijk liefhebbers van boksen en van dans elkaar ontmoeten.’

Bluetooth speaker
Twee partijen die in Amare zijn gehuisvest staan garant voor dertig procent van wat door het jaar heen in het danstheater en de concertzaal speelt: Nederlands Dans Theater en Residentie Orkest. De rest van de programmering bepaalt de organisatie Amare en is een combinatie van lokale, nationale en internationale gezelschappen. Bij de selectie op dansgebied – zo’n veertig voorstellingen per seizoen – houdt Prins de verschillende gemeenschappen in de stad in het vizier. Den Haag heeft bijvoorbeeld veel inwoners met Hindostaanse roots, dus hebben diverse Indiase dansstijlen een structurele plek in het seizoensaanbod. Daarnaast is er in de openbare ruimten van het gebouw doorlopend plek voor inwoners om zelf te dansen. ‘Dat is vrij uniek: we zijn van vroeg tot laat open. Er is veel spontane activiteit van K-pop crews, Chinees-Nederlandse dansers of tango-duo’s die hier repeteren. Zij hoeven zich niet aan te melden, ze komen gewoon en nemen hun eigen bluetooth speakertje mee. Ook hebben we veel geplande activiteiten: onze social dance avonden. Dat is ooit begonnen met een paar lessen lindyhop onder leiding van The Hague Hoppers en ondertussen zijn het tal van stijlen die we aanbieden in samenwerking met lokale partners gericht op onder andere latin, hiphop, house of tango. Dat programmaonderdeel is de afgelopen jaren enorm gegroeid: tegenwoordig kun je hier minimaal drie keer in de week komen dansen. Dat deden ondertussen naar schatting zo’n twintigduizend mensen.’

Nieuwe choreografen
Het jubileumseizoen opent in september met de triple bill This is Rambert. Het gezelschap uit Londen dat honderd jaar bestaat begon met klassiek ballet maar zet tegenwoordig de deur graag open voor jonge eigentijdse choreografen. ‘Wij tonen hier in Amare werk van choreografen die wereldberoemd werden zo- als Pina Bausch. Maar waar wij ook naar op zoek zijn, is werk van dansmakers die nog niet zo vaak in Nederlandse theaters te zien zijn geweest. Daar is dit programma een heel mooi voorbeeld van: Rambert danst nieuw werk van Bobbi Jene Smith (voormalig danser bij de Batsheva Dance Company), samen met Gallery of Consequence van de Nederlandse Emma Evelein en Hop(e)storm van het Franse choreografentrio (La)Horde. De avond laat zien wat in Europa zoal gaande is op het gebied van hedendaagse dans. Waarschijnlijk proberen we hierbij ook weer een open class door een van de makers aan te bieden. Het mag duidelijk zijn: kijken naar anderen die dansen en zelf doen staat hier bij voorkeur naast elkaar.’

Van break tot club
I dance, we dance heet het festival dan ook dat Amare in november presenteert. ‘In dat festival vergroten we de combinatie van het kijken naar dans in ons theater en het zelf dansen in de publieke ruimte helemaal uit. Dat weekend kan iedereen overal in het gebouw dansen: latin, tango, noem maar op. Dat kan bij ons natuurlijk het hele jaar, maar voor deze gelegenheid zijn er ook hele goede musici uitgenodigd.’ Om in de stemming te komen, kan het publiek diverse energieke producties op het podium zien. ‘Het gaat om choreografieën die verbonden zijn met social dance en/of waar je ontzettend zin van krijgt om zelf te dansen. We zien een fragment uit Groove van The Ruggeds, de spraakmakende breakdance crew uit Eindhoven, en de proloog uit Hell van ICK Amsterdam op swingende disconummers. Hop(e)storm van (La)Horde staat hier dan ook opnieuw, met dans die lekker dicht tegen rave en hiphop aan zit. Super aanstekelijk.’

Bestel tickets

Agenda

Meer Amare Stories

Wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje